

Toen ik 5,5 jaar oud was, verhuisde ik van Duitsland naar Nederland. Dat was best nog een gedoe, want mijn ouders hadden zelf een kleuterschool opgezet. Zij waren van de na-oorlogse generatie die voor anti-autoritaire opvoeding was en het anders wilde doen. In Eindhoven had je dat natuurlijk niet, dus mocht ik zelf een kleuterschool uitkiezen. Ik heb op vier verschillende scholen een dagje proefgedraaid, zodat ik kon kijken waar ik mij het lekkerste voelde.
Later ben ik overgestapt naar een andere basisschool. Dat was ook een bijzondere school, zonder muren. De klassen waren van elkaar gescheiden door lage kastjes, daar kon je zo overheen naar de andere klassen kijken. Dat had een of andere Duitse filosoof bedacht. Later hebben ze dat trouwens veranderd, want de leerlingen hadden veel concentratieproblemen. Toen werd het een doodgewone basisschool.
Het was een redelijk onbezorgde tijd. Ik ging heel graag naar school. Mijn moeder was ook erg betrokken bij de school. Ze is beeldend kunstenares en we hebben eindeloos met haar geknutseld en geschilderd. Ze was erg populair bij de andere kinderen. Ik heb daar heel goede herinneringen aan.
Kinderen zijn zo leergierig. Ik zie dat nu ook aan mijn eigen kinderen. De oudste zit in groep 3, ze leren nu lezen en schrijven. Dan gaat het ineens zo hard.’